Menu X

Kalkmortel maken

Praktische handleiding – Kalkshop

Kalkmortel maken: van zandkeuze tot proefmortel

Zelf kalkmortel samenstellen begint niet bij een standaardrecept. Het begint bij de vraag wat de mortel moet doen, welk materiaal al aanwezig is en in welke conditie het object verkeert.

Deze leidraad begint met het bekijken van de bestaande mortel. Daarna helpt hij je bij de keuze van zand en kalk, het schatten van de benodigde hoeveelheid bindmiddel, het mengen en het beoordelen van een proefmortel.

Traditionele kalkbereiding bij Cal de Morón

Het object bepaalt de mortel, niet andersom. De bestaande steen en mortel, zichtbare insluitingen, actuele conditie, vocht- en zoutbelasting, blootstelling en de functie van de reparatie bepalen samen de keuze van de receptuur. De verhoudingen op deze pagina zijn onderbouwde startwaarden voor een proefmengsel, geen universele recepten.

Bij restauratie is het belangrijk om zo veel mogelijk historische informatie te behouden. Een vergelijkbare mortel is echter niet automatisch een geschikte herstelmortel. Toets iedere voorgestelde samenstelling ook aan de huidige steensoort, het vocht- en zoutgedrag, de aanwezige schade en de mate van blootstelling.

1. Wat ga je maken: metselen, voegen of pleisteren?

Een kalkmortel moet passen bij de toepassing. Een voeg vraagt om verdichtbaarheid en een passend vochttransport; een metselmortel om draagvlak en goede verwerking; een pleister om een geschikte opbouw en een beheersbare krimp. Eerst beoordelen we de ondergrond en de bestaande situatie, daarna pas de mengverhouding.

Doel Waar let je vooral op? Oriënterende zandfractie
Metselen Steensoort, zuiging, voegafmetingen, belasting, hechting en compatibiliteit met bestaand metselwerk. Bijvoorbeeld 0-3 of 0-4 mm, afhankelijk van de voeg en steen.
Voegen Voegbreedte en -diepte, verdichting, porositeit, textuur, kleur en weersbelasting. Bijvoorbeeld 0-1, 0-2 of 0-3 mm, afgestemd op de voeg.
Grond- of raappleister Ondergrond, laagdikte, krimpbeheersing, hechting en meerlaagse opbouw. Bijvoorbeeld 0-3 of 0-4 mm.
Fijne pleister Gewenste vlakheid, oppervlaktebeeld, afwerkbaarheid en onderliggende laag. Bijvoorbeeld 0-1 of 0-1,5 mm.

De korrelmaten zijn voorbeelden, geen vaste eisen. Als praktische oriëntatie wordt de grootste korrel bij voegwerk vaak beperkt tot circa een derde van de voegbreedte. Voor pleisters is de maximale korrelmaat mede afhankelijk van de laagdikte.

2. Bekijk eerst de bestaande mortel

Bij herstel van historisch metsel- en pleisterwerk is de oorspronkelijke mortel een belangrijke informatiebron. Kijk daarom niet alleen naar de kleur aan het oppervlak. Bekijk, waar verantwoord mogelijk, ook een representatief breukvlak van de oude mortel met een loep. De zandkorrels en insluitingen geven aanwijzingen voor de oorspronkelijke grondstoffen, de bereiding en het uiterlijk van het werk.

Een handloep met circa 6-12 keer vergroting is voor een eerste inspectie vaak al nuttig. Fotografeer een vers breukvlak met schaalverdeling. Kies bij een waardevol monument zorgvuldig bestaande losse fragmenten of laat deskundig bemonsteren. Kleur en zichtbare insluitingen kunnen een bron zijn voor herstelwerk, maar leveren op zichzelf geen betrouwbare bindmiddelidentificatie of oorspronkelijke mengverhouding op.

Welke kenmerken kun je herkennen?

Wat zie je? Wat kun je ervan leren?
Schelpresten of schelpengruis Kunnen wijzen op schelphoudende grondstoffen of bewust toegevoegd schelpmateriaal. Let op de grootte en hoeveelheid.
Grondjes en aardachtige deeltjes Kunnen een aanwijzing zijn voor de gebruikte grondstoffen. Leg kleur, korrelgrootte en verspreiding vast; hun aard is niet uitsluitend op het oog vast te stellen.
Baksteen- of tegelfragmenten Kunnen uit hergebruik of een bewuste toeslag voortkomen. Niet elk zichtbaar baksteendeeltje is automatisch een werkzame puzzolaan.
Witte kalkinsluitingen of kalkklontjes Kunnen iets vertellen over de kalkgrondstof, het blussen en de mengwijze. Een duidelijke identificatie kan nader onderzoek vragen.
Houtskool of verbrande deeltjes Kunnen verband houden met de productie of verontreinigingen in de grondstoffen. De herkomst is niet zonder onderzoek zeker.
Zandkorrels Let op de kleuren, mineraalsoorten, korrelvorm, maximale korrelgrootte en verdeling van fijne en grove korrels.
Porositeit, dichtheid en samenhang Geven, naast de staat van het object, aanwijzingen voor het gedrag en de gewenste eigenschappen van de herstelmortel.

Zo maak je een eenvoudige opname

  1. Zoek representatief oud werk. Controleer of de gevonden mortel waarschijnlijk oorspronkelijk is en geen latere cementrijke reparatie of voegvulling.
  2. Documenteer vóór ingrijpen. Maak foto’s van het metselwerk en, waar al een los fragment beschikbaar is, van een vers breukvlak naast een maataanduiding. Beschadig geen waardevol oorspronkelijk materiaal alleen om een proef te maken.
  3. Bekijk met een loep. Noteer zandfracties, korrelvorm, kleur, schelp, grondjes, kalkinsluitingen en eventuele baksteenfragmenten.
  4. Bekijk meer dan één plaats. Binnen één gebouw kunnen verschillende bouwfasen, restauraties en mortelrecepturen voorkomen.
  5. Leg de conditie vast. Noteer vocht, zoutuitbloei, verzanding, scheuren, loszittende steen en de mate van blootstelling aan weer en water.
  6. Maak een passend proefmengsel. Streef naar een compatibele mortel in kleur, structuur, porositeit, sterkte en vochtgedrag. Kopieer zichtbare bestanddelen niet automatisch.
Belangrijk bij restauratie

De oude mortel is een bron, maar niet altijd een veilig recept om letterlijk te herhalen. Hij kan door verwering zijn veranderd, ooit ongeschikt zijn gekozen of uit een latere reparatie stammen. Bij monumentale of complexe schadegevallen kan microscopisch, mineralogisch en/of chemisch mortelonderzoek nodig zijn om de juiste herstelmortel te bepalen.

3. Zand is meer dan een vulmiddel

Bij herstelwerk gebruik je de waarnemingen aan de oude mortel als vertrekpunt voor je zandkeuze. Zand beïnvloedt de bindmiddelbehoefte, verwerking, krimp, poriënstructuur, sterkte en het uiterlijk. Twee zandsoorten met dezelfde maximale korrelgrootte kunnen door hun verschillende korrelverdeling toch een heel andere mortel opleveren.

  • Korrelverdeling: een passende verdeling van fijne en grovere korrels kan de holle ruimte beperken. Een eenzijdig gegradeerd zand vraagt soms relatief veel bindmiddelpasta.
  • Korrelvorm: scherp, hoekig of meer afgerond zand verwerkt anders en beïnvloedt de samenhang van het mengsel.
  • Fijne fractie: zeer fijn materiaal kan de waterbehoefte verhogen. Klei of leem kan in historische mortels voorkomen; de betekenis en eventuele geschiktheid ervan vragen beoordeling. Ongewenste vervuiling en schadelijke zouten moeten worden vermeden.
  • Vochtgehalte: vochtig zand kan opzwellen in volume. Meet voor vergelijkbare proefrecepten bij voorkeur met droog zand, of doseer reproduceerbaar op massa met vastgelegd vochtgehalte.
  • Historisch uiterlijk: bij restauratie horen ook zandkleur, mineralogie, korrelvorm en zichtbare structuur bij de keuze.
Pas op met vochtig zand afmeten

Vochtig zand kan tijdelijk meer volume innemen dan hetzelfde zand in droge toestand. Dit wordt ook wel bulking genoemd. David Young noemt een orde van grootte van circa 10-30%, afhankelijk van zandsoort en vochtgehalte. Een volle litermaat vochtig zand bevat daardoor soms aanzienlijk minder zandkorrels dan je denkt. Werk voor vergelijkbare proefmengsels bij voorkeur met droog zand of bepaal en verwerk het vochtgehalte en de volumecorrectie.

Bekijk zand en aggregaten bij Kalkshop →

4. Welke kalk kies je?

Kalkdeeg / putkalk

Nat gebluste en als pasta bewaarde luchtkalk. Geschikt voor uiteenlopende traditionele mortels en pleisters; plasticiteit, rijping en watergehalte verschillen per product.

Bekijk kalkdeeg →

Droge luchtkalk CL90

Droog kalkhydraat dat met zand en water tot mortel kan worden gemengd. Goed doseerbaar, maar niet automatisch identiek aan traditioneel gerijpt kalkdeeg.

Bekijk droge luchtkalk →

Natuurlijke hydraulische kalk (NHL)

Een bindmiddel dat naast carbonatatie ook hydraulisch verhardt. De passende NHL-klasse volgt uit de eisen van het object; een hogere klasse is niet automatisch beter.

Bekijk NHL →

De verschillen tussen kalkdeeg en droge kalk zijn uitgebreider beschreven in onze blog Kalkdeeg versus droge kalk .

Traditionele hot-mixed mortel: deze historische bereidingswijze wordt hier alleen ter toelichting genoemd. Kalkshop levert hot-mixed kalkmortels vooraf bereid; zelf blussen of produceren behandelen we niet in deze doe-het-zelfhandleiding. Voor verwerking gelden de productspecifieke voorschriften.

Volume is niet hetzelfde als gewicht

Een liter kalkdeeg, een liter CL90-poeder en een liter NHL bevatten niet dezelfde hoeveelheid droge bindmiddelstof. Kalkdeeg heeft een product- en watergehalteafhankelijke dichtheid; droge poeders hebben een variabele stortdichtheid. Reken volumeverhoudingen daarom niet zonder productspecifieke gegevens om naar kilogrammen. Weeg droge bindmiddelen bij voorkeur af en leg het gebruikte product vast.

5. De holle-ruimtetest: wat vraagt jouw zand?

Met een eenvoudige watertest kun je de ruimte tussen droge zandkorrels bij benadering bepalen. Dat geeft een eerste aanwijzing voor de hoeveelheid bindmiddelpasta die nodig is om het zand samenhangend te verbinden.

Zo voer je de proef uit met 1 liter zand

  1. Neem een ruime, rechte maatcilinder met een nauwkeurige schaalverdeling. Je moet er minstens 2 liter in kunnen meten. Gebruik schoon water en een zandmonster dat volledig droog is.
  2. Meet 1.000 ml droog zand af, zonder het hard aan te stampen, en zet het apart.
  3. Meet 1.000 ml water af in de maatcilinder.
  4. Strooi het zand geleidelijk in het water. Tik zacht op de cilinder zodat ingesloten lucht kan ontsnappen en het mengsel kan bezinken.
  5. Lees het eindvolume van water plus zand af. Dat zal bij schoon, weinig absorberend zand onder 2.000 ml liggen.
  6. Bereken de geschatte holle ruimte: (2.000 ml – afgelezen eindvolume) / 1.000 ml x 100% . Herhaal de proef bij voorkeur meerdere keren.

Rekenvoorbeeld

1.000 mldroog zand
1.650 mleindvolume met 1.000 ml water
35%geschatte holle ruimte

Berekening: 2.000 – 1.650 = 350 ml ruimte tussen de korrels. 350 / 1.000 x 100 = 35%. Als theoretisch vertrekpunt is dat ongeveer 350 ml bindmiddelpasta op 1.000 ml zand. Dat komt neer op circa 1 deel pasta : 2,86 delen zand in volumedelen.

Dit is een illustratief rekenvoorbeeld, geen advies om dit mengsel automatisch toe te passen.

Belangrijke beperking

De watertest is een benadering. Poreuze of sterk absorberende korrels nemen zelf water op. Luchtinsluiting, de wijze van vullen en achterblijvend vocht beïnvloeden de uitslag. Het afgelezen watervolume mag daarom niet zonder meer worden beschouwd als een exact vereist bindmiddelvolume.

 

6. Van testresultaat naar een proefverhouding

Bij een gemeten holle ruimte van 25% is het theoretische pastavolume een kwart van het zandvolume: 1:4. Bij 40% komt dat op 1:2,5. Daarmee wordt begrijpelijk waarom 1 deel kalk op 3 delen zand geen universeel recept is.

Holle ruimte van het zand Indicatieve verhouding bindmiddelpasta : zand (volume)
25% 1 : 4
30% 1 : 3,33
35% 1 : 2,86
40% 1 : 2,5

Let op: dit zijn theoretische volumeverhoudingen voor bindmiddelpasta, niet voor droge CL90 of NHL in poedervorm. De praktische behoefte wordt mede bepaald door het gekozen bindmiddel, verwerking, korrelvorm, gewenste porositeit en het object. Een hoge gemeten holle ruimte kan ook aanleiding zijn om de zandgradatie te verbeteren.

Praktijkvoorbeelden met Dullinger-kalkdeeg

Onderstaande richtverhoudingen zijn afkomstig uit de door Dullinger verstrekte voorbeelden voor kalkdeegpleisters. Zij gelden als vertrekpunt voor proefmengsels en zijn geen voorgeschreven recepten voor metsel- of voegwerk.

Toepassing Zandfractie Kalkdeeg : zand (volumedelen)
Grondpleister 0-4 mm 1 : 3 tot 1 : 4
Fijne pleister 0-1,5 mm 1 : 2,4
Fijne pleister 0-1 mm 1 : 2,2

De genoemde getallen zijn product- en toepassingsgebonden voorbeelden. Ook zandgradatie, dichtheid en consistentie van het kalkdeeg blijven bepalend.

7. Hoe meng je kalkmortel?

Goed mengen is onderdeel van de receptuur. Een mortel met de juiste hoeveelheden grondstoffen is nog niet automatisch een goede mortel. Het mengen moet de kalk gelijkmatig over de zandkorrels verdelen en de gewenste samenhang ontwikkelen.

Eros de Vink benadrukt dat een krachtige, knedende mengbeweging de kalk beter over de zandkorrels verdeelt. Bij een zuivere kalkdeegmortel kan de plasticiteit daardoor sterk verbeteren zonder extra water. Een dwangmenger of geschikte panmenger werkt doorgaans intensiever dan een gewone vrijevalmenger. Bij kleine hoeveelheden kan zorgvuldig handmatig beslaan geschikt zijn.

A. Mengen met kalkdeeg (putkalk)

  1. Meet reproduceerbaar af. Gebruik vooraf gekozen hoeveelheden zand en kalkdeeg. Noteer de toestand van beide materialen.
  2. Breng kalkdeeg en zand samen. Begin met een beperkte proefhoeveelheid in een geschikte mengbak, panmenger of knedende menger.
  3. Geef het mengsel arbeid. Meng, kneed, besla of stamp totdat zand en kalkdeeg één samenhangende massa vormen. Een zeer stijve mortel kan door intensief kneden merkbaar plastischer worden.
  4. Voeg niet te snel water toe. Kalkdeeg bevat al water. Beoordeel de mortel pas nadat hij voldoende mechanisch is bewerkt.
  5. Controleer op kalkklonten en droge plekken. Meng verder of pas de methode aan als de massa niet homogeen is.
  6. Leg eventuele watercorrectie vast. Alleen wanneer nodig kleine, afgemeten hoeveelheden toevoegen en opnieuw beoordelen.

Een zuivere luchtkalkmortel zonder hydraulische of andere reactieve toevoegingen kan vóór gebruik, afhankelijk van samenstelling en opslag, opnieuw worden beslagen of opgewerkt. Houd de mortel beschermd tegen uitdroging en vervuiling. Deze regel geldt niet automatisch voor mortel met NHL, puzzolanen of andere hydraulisch reagerende bestanddelen.

B. Mengen met droge CL90 of NHL

  1. Weeg het droge bindmiddel en bepaal de hoeveelheid zand reproduceerbaar, met aandacht voor eventueel aanwezig zandvocht.
  2. Meng droge bestanddelen gelijkmatig wanneer het gekozen productvoorschrift dit toelaat.
  3. Voeg schoon water geleidelijk en gecontroleerd toe tijdens het mengen.
  4. Meng tot een gelijkmatige mortel ontstaat en beoordeel samenhang en verwerkbaarheid. Voeg niet onnodig extra water toe.
  5. Houd bij NHL en andere hydraulisch reagerende bindmiddelen de productspecifieke verwerkingstijd en menginstructie aan. Mortel die begint af te binden niet met extra water opnieuw verwerkbaar maken.

Welk menggereedschap kies je?

Voor kleine proefhoeveelheden kan intensief handmatig mengen of beslaan heel geschikt zijn. Voor grotere hoeveelheden zijn een geschikte panmenger, dwangmenger of knedend mengsysteem praktische opties. Een zeer taaie, kalkrijke mortel vraagt soms meer kneedarbeid dan een gewone mengspindel levert. Kies dus het gereedschap bij de mortel, niet de mortel bij het gereedschap.

Fijne puzzolanen gelijkmatig verdelen

Wanneer voor een projectspecifieke receptuur tras of een andere fijne puzzolaan aan een stijve kalkdeegmortel wordt toegevoegd, kan vooraf dispergeren als slurry helpen om klonteren te beperken. Tel het water van die slurry mee in de totale waterdosering. Vermeld doseringen altijd met hun referentie: procenten ten opzichte van welke grondstof en in welke toestand? De dosering en verwerking vragen afzonderlijke technische beoordeling. Meng poedervormige toevoegingen eerst onderling homogeen wanneer meerdere poeders worden gebruikt. Maak de slurry voldoende egaal vóór het toevoegen aan de natte kalkdeegmortel.

Meer over mengarbeid, mechanische verwerking en historische mortels lees je in Historisch voegwerk en pleisterwerk herstellen .

 

8. Proefmortel, verwerking en nabehandeling

Maak vóór uitvoering een proefmengsel en bij voorkeur een proefvlak op een representatief deel van de ondergrond. Beoordeel daarbij meer dan alleen de verse consistentie.

  • Vers: wordt iedere zandkorrel voldoende omhuld, laat de mortel zich verwerken en verdichten, en treedt geen ongewenste ontmenging of waterafscheiding op?
  • Op het object: sluit de mortel aan op de steensoort, de onderzochte oude mortel met haar zichtbare bestanddelen, de zuiging, voegmaat of laagdikte, en de aanwezige conditie?
  • Na aanbrengen: hoe ontwikkelen hechting, krimp, scheurvorming, oppervlaktebeeld, kleur en samenhang zich tijdens droging en verharding?
  • Op langere termijn: past de beoogde porositeit, sterkte en vochthuishouding bij het bestaande werk?

Verwerking begint bij een geschikte ondergrond

Verwijder losse en onverenigbare delen waar herstel noodzakelijk is. Reinig de ondergrond en breng de zuiging onder controle. Veel sterk zuigende, droge ondergronden vragen tijdige bevochtiging, maar de juiste mate hangt af van materiaal en omstandigheden. Vermijd verwerking op een ondergrond met vrijstaand water. Bescherm vers kalkwerk tegen te snelle uitdroging door zon en wind, slagregen en vorst. De vereiste duur en wijze van nabehandeling hangen af van het morteltype en de weersomstandigheden.

Veilig werken

Kalkhoudende materialen zijn sterk alkalisch en kunnen huid en ogen beschadigen. Gebruik passende oogbescherming en handschoenen, beperk stofvorming bij droge producten en volg altijd het actuele veiligheidsinformatieblad (SDS) en de verwerkingsinstructies van het gebruikte product.

9. Verdieping, producten en bronnen

Verder lezen op Kalkshop

Materialen vinden

Veelgestelde vragen

Is 1 deel kalk op 3 delen zand altijd goed?

Nee. Het is een bekende richtverhouding, maar de eigenschappen en holle ruimte van het zand, de soort kalk, het vochtgehalte en vooral de bestaande situatie bepalen of deze verhouding past. Maak daarom altijd een proefmengsel.

Kan ik de holle-ruimtetest ook gebruiken voor NHL?

De proef schat de pakking van het zand, niet hoeveel kilogram NHL nodig is. Gebruik de uitslag als aanwijzing, let op de stortdichtheid van het bindmiddel en maak een proefmortel die past bij de bestaande constructie.

Waarom voeg ik bij kalkdeeg niet meteen water toe?

Kalkdeeg bevat al water. Intensief mengen en kneden kan de mortel plastischer maken zonder dat de waterhoeveelheid toeneemt. Te veel water kan onder meer krimp en ontmenging bevorderen.

Kan ik een aangemaakte kalkmortel later opnieuw mengen?

Bij een zuivere luchtkalkmortel kan opnieuw beslaan vóór gebruik mogelijk zijn als de mortel goed is bewaard. Bij NHL en andere hydraulisch reagerende mortels kan dat niet zonder meer. Volg altijd de verwerkingstijd en instructies van het product.

Moet ik schelp, grondjes of baksteenfragmenten ook aan mijn herstelmortel toevoegen?

Niet automatisch. Deze insluitingen zijn aanwijzingen voor de oorspronkelijke samenstelling. Bekijk eerst hun aard, afmeting, hoeveelheid en functie. Bepaal vervolgens of ze voor het uiterlijk en de eigenschappen van de nieuwe mortel relevant en geschikt zijn. Bij twijfel is mortelonderzoek verstandiger dan blind kopiëren.

Wanneer is een mortelanalyse verstandig?

Bij monumentaal werk, onbekende oorspronkelijke mortels, schade door vocht of zouten, kwetsbare steensoorten of een technisch kritische toepassing helpt materiaalonderzoek om de compatibiliteit van de reparatiemortel beter te beoordelen.