Vocht- en zoutonderzoek van historisch metselwerk
Vocht en oplosbare zouten kunnen grote invloed hebben op historische mortels, pleisterwerk, baksteen en natuursteen. Toch betekent een vochtige muur niet automatisch dat er sprake is van optrekkend vocht.
Met vocht- en zoutonderzoek brengen we daarom niet alleen afzonderlijke meetwaarden in kaart. We kijken vooral naar het patroon van vocht en zouten op verschillende hoogtes en dieptes. Juist die verdeling kan belangrijke informatie geven over de aard en mogelijke herkomst van de vochtbelasting.
Afhankelijk van de onderzoeksvraag onderzoeken we onder meer:
- het vochtgehalte;
- hygroscopische vochtbelasting;
- chloriden;
- nitraten;
- sulfaten;
- de verticale verdeling van vocht en zouten;
- de verdeling van zouten op verschillende boordieptes.
Vervolgens interpreteren we de resultaten in samenhang met de plaats waar de monsters zijn genomen en, waar beschikbaar, de bouwkundige situatie.
Waarom meerdere monsters?
Eén monster vertelt alleen iets over één specifieke plaats in het metselwerk. Bij vocht- en zoutproblemen is juist het verloop tussen verschillende meetpunten belangrijk.
Bij een vermoeden van optrekkend vocht onderzoeken we bijvoorbeeld hoe vocht en zouten veranderen met de hoogte. Daarvoor nemen we een verticale reeks monsters vanaf laag boven het vloer- of maaiveldniveau tot boven de vocht- of schadezone.
Bij gericht zoutonderzoek kan juist de verdeling vanaf het oppervlak naar dieper in het materiaal belangrijk zijn. In dat geval nemen we op één boorpunt afzonderlijke fragmenten van bijvoorbeeld:
0–10 mm
10–20 mm
20–40 mm
Zo ontstaat een diepteprofiel van de zoutbelasting.
Ieder fragment is één afzonderlijke analyse
Dit onderscheid is belangrijk bij het bestellen.
Iedere afzonderlijke boordiepte behandelen we als een zelfstandig fragment en analyseren we afzonderlijk.
Een boorpunt met drie dieptefragmenten bestaat bijvoorbeeld uit:
A01-F1 — 0–10 mm
A01-F2 — 10–20 mm
A01-F3 — 20–40 mm
Dit zijn dus 3 afzonderlijke analyses.
Selecteer bij het bestellen het totale aantal afzonderlijke fragmenten dat u wilt laten onderzoeken.
Onderzoek naar mogelijk optrekkend vocht
Bij een vermoeden van optrekkend vocht bouwen we bij voorkeur een verticaal vocht- en zoutprofiel op.
We starten doorgaans circa 10–15 cm boven vloer- of maaiveldniveau en nemen vervolgens meerdere monsters op verschillende hoogtes. Daarbij gaan we door tot boven de waarneembare vocht- of schadezone.
Een eenvoudige verticale meetlijn bestaat vaak uit circa 6–8 boorpunten. Het werkelijke aantal hangt echter af van de hoogte van de vochtzone, het schadebeeld en de onderzoeksvraag.
Daarnaast nemen we bij voorkeur minimaal twee referentiepunten boven de waarneembare vochtzone mee. Zo kunnen we het verloop tussen de belaste en ogenschijnlijk drogere delen van het metselwerk beter beoordelen.
Eerst kijken naar mogelijke andere vochtbronnen
Een vocht- en zoutprofiel helpt bij het stellen van een diagnose, maar vervangt geen beoordeling van de bouwkundige situatie.
Controleer daarom vóór de monstername ook mogelijke andere bronnen van vocht, zoals:
- lekkende dakgoten of hemelwaterafvoeren;
- lekkende water- of afvoerleidingen;
- regeninslag;
- verhoogd maaiveld;
- lokale lekkages;
- gebrekkige aansluitingen;
- condensatie;
- dichte pleister-, verf- of afwerklagen.
Daarnaast kunnen hygroscopische zouten vocht uit de omgeving opnemen. Daardoor kan een muur vochtig blijven aanvoelen zonder dat er voortdurend nieuw water wordt aangevoerd.
We trekken daarom geen conclusie over optrekkend vocht op basis van één losse vochtmeting of één enkel monster. Juist de combinatie van vocht, zouten, hoogte, materiaal en bouwkundige context geeft een bruikbaar beeld.
Zelf monsters nemen?
Na uw bestelling sturen wij u een monsternamepakket voor het bestelde aantal analyses. Daarmee beschikt u over geschikte verpakkingen voor de afzonderlijke fragmenten en een retourlabel voor het terugsturen van de monsters.
Bekijk vóór de monstername eerst onze handleiding. De plaats, hoogte en boordiepte waarop u een monster neemt, zijn belangrijk voor de interpretatie van de onderzoeksresultaten.
Registreer iedere afzonderlijke onderzoekslocatie, muurvlak of meetreeks op een eigen locatieformulier. Heeft u nog niet eerder monsters genomen? Bekijk dan eerst het ingevulde voorbeeldformulier.
1. Handleiding monstername
In de handleiding leest u hoe u geschikte monsterlocaties kiest, een verticaal vocht- en zoutprofiel opbouwt en zoutmonsters op verschillende dieptes neemt.
Daarnaast leggen we uit hoe u de afzonderlijke fragmenten nummert, verzamelt, verpakt en registreert.
Download handleiding monstername →
2. Bekijk een ingevuld voorbeeld
Niet zeker hoe u het locatieformulier moet invullen? Bekijk dan eerst het ingevulde voorbeeld.
Hierin ziet u hoe u de boorpunten nummert, hoogtes en boordieptes noteert, waarnemingen en foto’s registreert en de positie van de monsters op een eenvoudige schets van het muurvlak aangeeft.
3. Locatieformulier invullen
Gebruik voor iedere afzonderlijke onderzoekslocatie, muurvlak of meetreeks een nieuw locatieformulier.
Geef ieder monster een uniek monster-ID en vermeld hetzelfde nummer zowel op het formulier als op de verpakking van het monster. Zo kunnen we ieder analyseresultaat later aan de juiste positie in het gebouw koppelen.
Download leeg locatieformulier →
Let op: iedere afzonderlijke boordiepte geldt als één fragment en één analyse. Neemt u op één boorpunt bijvoorbeeld drie fragmenten van 0–10 mm, 10–20 mm en 20–40 mm, dan zijn dit 3 afzonderlijke analyses. Selecteer bij het bestellen daarom het totale aantal fragmenten dat u wilt laten onderzoeken.
Monstername en verpakking
Probeer binnen één meetreeks zoveel mogelijk hetzelfde materiaal te bemonsteren. Meng bijvoorbeeld niet zonder reden pleisterwerk, voegmortel en baksteen in één monster.
Reinig bovendien de boor tussen afzonderlijke fragmenten om kruisbesmetting zoveel mogelijk te voorkomen.
Bij onderzoek naar het vochtgehalte is een goede verpakking extra belangrijk. Doe het materiaal daarom direct na de monstername in een goed afsluitbare, luchtdichte verpakking.
Noteer op ieder monster minimaal het monster-ID. De overige gegevens legt u vast op het bijbehorende locatieformulier.
Maak daarnaast bij voorkeur minimaal één overzichtsfoto van iedere onderzoekslocatie voordat u begint met boren. Detailfoto’s van schade, zoutuitbloei of bijzondere situaties kunnen aanvullende informatie geven. Noteer de fotonummers op het locatieformulier.
Wat vertellen de resultaten?
Een afzonderlijke meetwaarde kan nuttig zijn, maar bij een profiel is vooral de samenhang tussen de verschillende monsters interessant.
We kunnen bijvoorbeeld kijken naar vragen als:
- neemt het vochtgehalte af met de hoogte;
- hoe verandert de zoutbelasting met de hoogte;
- welke zouten treffen we aan;
- verandert de zoutbelasting met de diepte;
- blijven bepaalde delen hygroscopisch belast;
- is boven de schadezone een duidelijk verschil zichtbaar;
- past het aangetroffen patroon bij de vermoedelijke vochtbelasting;
- zijn er aanwijzingen dat een andere vochtbron nader onderzoek vraagt?
Daardoor levert een goed opgezet profiel aanzienlijk meer informatie dan een willekeurig monster uit een vochtige muur.
Kan dit onderzoek optrekkend vocht aantonen?
Een vocht- en zoutprofiel kan belangrijke aanwijzingen geven voor de aard en herkomst van een vochtprobleem. Toch beschouwen we één meetwaarde of één afzonderlijk monster niet als zelfstandig bewijs voor optrekkend vocht.
Daarom beoordelen we bij een verticale meetreeks juist het verloop van vocht en zouten over de hoogte. Waar mogelijk combineren we dit met informatie over materiaalopbouw, schadebeeld en mogelijke andere vochtbronnen.
Zo gebruiken we de laboratoriumanalyse als onderdeel van een bredere diagnose in plaats van als een losstaand getal.
Wat ontvangt u?
Na ontvangst controleren we eerst of de monsters en bijbehorende gegevens geschikt zijn voor de afgesproken analyse.
Vervolgens onderzoeken we de afzonderlijke fragmenten op de afgesproken parameters. Afhankelijk van de onderzoeksvraag kan dat informatie opleveren over onder meer:
- vochtgehalte;
- hygroscopische vochtbelasting;
- chloriden;
- nitraten;
- sulfaten.
Bij een reeks monsters kunnen we de resultaten bovendien in samenhang beoordelen als vocht- en/of zoutprofiel.
Doorlooptijd: 10–15 werkdagen na ontvangst van geschikte monsters.
Er geldt geen vast maximumaantal monsters. Van een beperkt aantal gerichte analyses tot een uitgebreider profiel: het aantal monsters volgt uit de onderzoeksvraag en de situatie ter plaatse.
Van analyse naar restauratiemaatregel
Het doel van vocht- en zoutonderzoek is uiteindelijk niet alleen vaststellen dát er vocht of zout aanwezig is.
We willen vooral begrijpen hoe de belasting zich door het materiaal verdeelt en wat dit betekent voor het historische metselwerk.
Afhankelijk van de resultaten kan vervolgens aanvullend bouwkundig of materiaalonderzoek nodig zijn. Ook kunnen de resultaten helpen bij keuzes rond herstel van de vochtbron, ontzilting, pleisterwerk of de keuze van een passende restauratiemortel.
Twijfelt u hoeveel monsters nodig zijn of waar u deze het beste kunt nemen? Neem dan vóór de monstername contact met ons op. Een goed monsterplan voorkomt onnodige analyses en vormt de basis voor een bruikbare interpretatie.
