Trasmeel is een natuurlijke vulkanische puzzolaan van fijn gemalen tufsteen uit de Oosteifel in Duitsland. Kalkshop levert hiervoor Rheinischer Trass van Trasswerke Meurin. De producent droogt de vulkanische tufsteen en maalt deze vervolgens zeer fijn tot tras.
Tras heeft zelf geen bindend vermogen. In combinatie met kalk en voldoende water kunnen reactieve bestanddelen uit het trasmeel echter reageren met calciumhydroxide. Daardoor ontstaan stabiele hydraulische reactieproducten. Juist deze eigenschap maakte kalk en tras eeuwenlang een belangrijke combinatie voor historische mortels en waterbouwkundige constructies.
Tras neemt binnen de Nederlandse bouwgeschiedenis een bijzondere plaats in. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noemt tras de bekendste natuurlijke puzzolaan in Nederland. Historisch werd tufsteen uit de omgeving van Andernach via de Rijn naar Nederland gebracht en onder meer in Dordrecht verhandeld als de bekende Dordtse tras.
Wat is trasmeel?
Tras ontstaat uit vulkanische tufsteen. De vulkanische activiteit in de Oosteifel vormde dikke afzettingen van tuf, die van nature reactieve minerale bestanddelen bevatten. Wanneer de producent deze tufsteen droogt en fijn maalt, ontstaat het poedervormige materiaal dat we tras of trasmeel noemen.
Rheinischer Trass behoort tot de natuurlijke puzzolanen. Anders dan hydraulische kalk of cement verhardt tras niet zelfstandig. Het materiaal heeft calciumhydroxide uit bijvoorbeeld luchtkalk én voldoende vocht nodig om puzzolanisch te reageren.
Daarom is trasmeel vooral interessant wanneer u de eigenschappen van een kalkmortel gericht wilt veranderen zonder automatisch over te stappen op cement of een zelfstandig hydraulisch bindmiddel.
Tras in de Nederlandse bouwgeschiedenis
Tras en kalk zijn nauw verbonden met de Nederlandse bouwtraditie. Dordrecht vormde eeuwenlang een belangrijk handelscentrum voor kalk en tras. De historische benaming Dordtse tras verwijst naar tufsteen uit de streek rond Andernach die via de Rijn naar Nederland kwam en hier werd vermalen of verhandeld.
Ook Trasswerke Meurin beschrijft deze Nederlandse geschiedenis. Vanaf de 17e eeuw richtten Nederlanders trassmolens op in de Oosteifel. Daar maalden zij tufsteen tot tras, waarna het materiaal naar Nederland ging voor de aanleg van onder andere waterbouwkundige werken.
Zelfs in de 19e eeuw gebruikten Nederlandse bouwers voor waterbouwkundige constructies nog hoofdzakelijk kalk en tras. Pas daarna verdrongen nieuwe hydraulische bindmiddelen en uiteindelijk Portlandcement deze traditionele combinatie steeds verder.
Voor restauratie is tras daarom niet alleen een moderne minerale toevoeging, maar ook een grondstof met een directe relatie tot historische Nederlandse mortelrecepturen.
Hoe reageert trasmeel met kalk?
Luchtkalk verhardt normaal voornamelijk door carbonatatie. Daarbij reageert calciumhydroxide uit de kalk met kooldioxide uit de lucht en vormt opnieuw calciumcarbonaat.
Wanneer u tras toevoegt, kan daarnaast een puzzolanische reactie plaatsvinden. Reactieve silicium- en aluminiumverbindingen uit het tras reageren in aanwezigheid van water met calciumhydroxide. Daardoor ontstaan aanvullende hydraulisch werkende verbindingen.
KALK ALCHEMIE
Tras is geen zelfstandig hardend bindmiddel. Pas samen met kalk en voldoende water ontstaat de puzzolanische reactie. Daardoor kan een luchtkalkmortel naast carbonatatie ook hydraulisch verharden. Voldoende vocht tijdens deze reactie is essentieel. Wanneer een jonge kalk-trasmortel te snel uitdroogt, kan de puzzolanische reactie onvoldoende verlopen. Goede bescherming en nazorg blijven daarom belangrijk.
De uiteindelijke werking hangt daarnaast af van de kalksoort, hoeveelheid tras, fijnheid, zand, watergehalte, temperatuur en omstandigheden tijdens de verharding.
Technische gegevens Rheinischer Trass
Trasswerke Meurin produceert Rheinischer Trass volgens DIN 51043. Onderstaande waarden komen uit de technische documentatie van de producent.
| Eigenschap | Specificatie |
|---|---|
| Product | Rheinischer Trass |
| Producent | Trasswerke Meurin |
| Grondstof | Natuurlijke vulkanische tufsteen |
| Herkomst | Oosteifel, Duitsland |
| Producttype | Natuurlijke puzzolaan |
| Normreferentie | DIN 51043 |
| Specifiek oppervlak volgens Blaine | ≥ 5.000 cm²/g |
| SiO₂ | 50–75% |
| Al₂O₃ | 10–25% |
| Alkaliën | ≤ 10% |
| Chloride | ≤ 0,1% |
| Druksterkte normproef na 28 dagen | ≥ 5 N/mm² |
| Zelfstandig bindmiddel | Nee |
| Fabrieksverpakking Meurin | 40 kg |
De hierboven genoemde chemische bereiken en grenswaarden zijn de door Trasswerke Meurin gepubliceerde technische waarden voor Rheinischer Trass volgens DIN 51043. Ze vormen geen exacte chemische batchanalyse van iedere afzonderlijke levering.
Eigenschappen van tras in kalkmortel
De eigenschappen van een kalk-trasmortel hangen altijd af van de volledige receptuur. Binnen een passend samengesteld mortelsysteem kan tras echter verschillende eigenschappen beïnvloeden.
Trasswerke Meurin noemt onder andere:
- een grotere samenhang en homogeniteit van de verse mortel;
- een plastischer en soepeler mortelgedrag;
- minder neiging tot ontmenging en waterafscheiding;
- een verminderde neiging tot uitbloeiing;
- een bijdrage aan verdere sterkteontwikkeling;
- een lagere waterdoorlatendheid bij een daarvoor geschikte mortelopbouw.
Deze eigenschappen zijn geen vaste productgarantie voor iedere willekeurige mengverhouding. Kalksoort, zand, korrelcurve, dosering, water en verwerking blijven bepalend voor het uiteindelijke mortelgedrag.
Waarvoor wordt trasmeel gebruikt?
Trasmeel kan onder andere worden toegepast in:
- historische kalkmortels;
- luchtkalk- en putkalkmortels;
- traditionele metselmortels;
- voegmortels;
- kalkpleisters en raapmortels;
- funderingen en trasramen;
- historische waterbouwkundige constructies;
- natuursteenmortels;
- restauratie en reconstructie van historische kalk-trasmortels.
Welke hoeveelheid tras geschikt is, hangt echter sterk af van de toepassing. Een mortel voor een voortdurend vochtbelast trasraam vraagt bijvoorbeeld om andere eigenschappen dan een mortel voor beschut opgaand metselwerk.
Historische mengverhoudingen kalk – trasmortel
Onderstaande verhoudingen zijn gebaseerd op historische vakliteratuur, waaronder J.A. van der Kloes, Handleiding voor den metselaar, tevens bevattende eenige aanwijzingen voor den betonwerker, den stukadoor en den steenhouwer.
De tabel laat zien hoe bouwers kalk, tras en zand historisch voor verschillende toepassingen combineerden. Beschouw deze verhoudingen als historische richtwaarden en niet als universele moderne mortelrecepturen. De eigenschappen van kalk, tras en zand verschillen immers per herkomst en productiewijze.
| Toepassing | Kalktype | Kalk | Tras | Zand |
|---|---|---|---|---|
| Waterdichte mortels – nat blijvend | Vette luchtkalk – droog poeder | 1 | 1,25 | 1,5 |
| Idem | Kalkdeeg / putkalk | 1 | 2,25 | 3 |
| Trasramen, sluizen en kademuren | Vette luchtkalk – droog poeder | 1 | 1,5 | 2,5–3 |
| Idem | Kalkdeeg / putkalk | 1 | 2,5 | 3,75–4,5 |
| Fundamenten en opgaande muren | Vette luchtkalk – droog poeder | 1 | 1,5 | 4–5 |
| Idem | Kalkdeeg / putkalk | 1 | 2,5 | 6–7 |
Belangrijk: historische mengverhoudingen geven waardevol inzicht in de vroegere materiaalpraktijk, maar vormen geen automatisch voorschrift voor hedendaagse restauratiemortels.
Historische recepten en moderne tras zijn niet hetzelfde
Een oud recept kunt u niet zonder meer één-op-één omzetten naar moderne grondstoffen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wijst erop dat moderne kalk- en trasproducten door verbeterde maal-, zeef- en productietechnieken doorgaans fijner en zuiverder zijn dan historische producten.
Daardoor hebben moderne materialen een groter reactief oppervlak en kunnen ze sterker reageren. Een historische verhouding die destijds goed functioneerde, kan met hedendaagse grondstoffen dus andere eigenschappen opleveren.
Daarom verdient bij restauratie een beoordeling van de bestaande mortel de voorkeur. Wilt u de oorspronkelijke mortelopbouw beter begrijpen, bekijk dan ook ons mortelonderzoek van historische mortel.
Hoeveel trasmeel voeg ik toe?
Er bestaat geen universele dosering voor trasmeel. De juiste hoeveelheid hangt onder andere af van:
- de gebruikte kalk;
- de toepassing;
- de gewenste mate van hydraulische werking;
- de zandsoort en korrelcurve;
- de vochtbelasting;
- de sterkte en poriënstructuur van het bestaande metselwerk;
- de verwerking en omstandigheden tijdens de verharding.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noemt voor traskalkmortels als veel voorkomende algemene oriëntatie een volumeverhouding van ongeveer 1 deel kalk : 1 deel tras : 5 delen zand. Ook deze verhouding is echter geen universeel recept. De morteleigenschappen moeten altijd aansluiten op steen, bestaande mortel en gebruiksomstandigheden.
Voor reproduceerbare nieuwe recepturen adviseren wij bovendien om grondstoffen waar mogelijk op gewicht te doseren. Het volumegewicht van verschillende kalken, puzzolanen en zanden kan namelijk aanzienlijk verschillen.
Trasmeel, traskalk en trasscement: wat is het verschil?
| Benaming | Wat is het? | Bindmiddel? |
|---|---|---|
| Trasmeel / Rheinischer Trass | Fijn gemalen natuurlijke vulkanische tufsteen; puzzolaan | Nee, niet zelfstandig |
| Traskalk | Een samengesteld bindmiddelsysteem van kalk en tras | Ja, hydraulisch werkend systeem |
| Trasscement | Cement waarin tras als puzzolanische component is verwerkt | Ja |
Wanneer u zelf trasmeel aan luchtkalk toevoegt, bepaalt u dus de samenstelling van het kalk-trasmengsel zelf. Dat biedt ruimte voor historische en projectspecifieke recepturen, maar vraagt tegelijkertijd om kennis van de grondstoffen en toepassing.
Bronnen en technische informatie
Voor deze productinformatie gebruiken we onder andere de technische documentatie van Trasswerke Meurin en de informatie over historische kalkmortels van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Bekijk ook onze andere puzzolanen voor kalkmortel.






