Menu X

Kalkdeeg vs droge kalk: wat is het verschil?

Opbouw traditionele kalkoven. Kalk Gordillo's, cal de Morón Unesco

Waarom is niet iedere luchtkalk hetzelfde? Het verschil tussen kalkdeeg en droge kalk

Kalkdeeg en droge kalk kunnen chemisch sterk op elkaar lijken en toch heel anders verwerken, wat is het verschil? Wie regelmatig met luchtkalk werkt, voelt dat vaak meteen: de ene kalk is vet, smeuïg en plastisch, terwijl een andere kalk korter of droger aanvoelt. Dat verschil is niet alleen vakmansgevoel. Wetenschappelijk onderzoek naar traditionele en industriële kalk uit Andalusië laat zien dat de eigenschappen van kalk mede worden gevormd door de kalksteen, het brandproces, de bluswijze, de deeltjesstructuur en de interactie met water.

Voor Kalkshop is deze publicatie extra interessant. De traditionele ongebluste kalk in het onderzoek is afkomstig van Francisco Gordillo uit Morón de la Frontera – dezelfde kalktraditie waarvan wij producten voor onze klanten mogen importeren. De studie geeft daarmee een zeldzame materiaalkundige blik op een ambacht dat in de praktijk al eeuwen wordt beoordeeld aan de oven, in de kuip en onder de spaan.

Kort antwoord

Waarom kan kalkdeeg anders verwerken dan droge kalk? Omdat de chemische formule Ca(OH)₂ niet het hele verhaal vertelt. De oorsprong van de kalksteen, de manier van branden, de wijze van blussen, de grootte en aggregatie van portlandietdeeltjes, hun elektrische oppervlaktelading en de tijd in water beïnvloeden het reologische gedrag. Belangrijk: de studie is géén één-op-één producttest van een zak commerciële droge CL90 tegenover een vat kalkdeeg. Ze laat wél overtuigend zien dat de productiegeschiedenis van kalk meetbare gevolgen heeft voor eigenschappen die samenhangen met plasticiteit en waterretentie.

1. Kalk begint niet bij de zak of de emmer, maar bij de steen

Om luchtkalk te begrijpen moeten we terug naar het begin: kalksteen. Die bestaat hoofdzakelijk uit calciumcarbonaat, CaCO₃. Tijdens het branden wordt koolstofdioxide uit de steen verdreven en ontstaat calciumoxide, CaO: ongebluste kalk.

De reactie wordt meestal eenvoudig weergegeven als:

CaCO    CaO + CO

Toch is kalkbranden veel meer dan het bereiken van één temperatuur. De onderzoekers benadrukken dat onder andere het type oven, de brandduur, de grootte van de stukken kalksteen, de dichtheid en de zuiverheid van de steen invloed hebben op het gevormde calciumoxide (Ontiveros-Ortega et al., 2017, pp. 809-810).

Ook de microstructuur van de steen telt. In de studie waren de onderzochte kalkstenen zeer zuiver en mineralogisch vrijwel volledig uit calciet opgebouwd. Toch verschilden ze in porositeit, kristalgrootte en textuur. Daardoor reageerden ze niet identiek op warmte. Meer kristallijne en minder poreuze kalksteen vroeg om andere brandcondities dan een steen met kleinere kristallen en een groter specifiek oppervlak.

Zuiverheid vertelt dus niet het hele verhaal

Dat is een belangrijke les voor iedereen die kalk uitsluitend op een chemisch percentage beoordeelt. Een analyse kan uitstekend vertellen wat er in een materiaal zit. Maar de analyse vertelt niet automatisch hoe die kalksteen in de oven heeft gereageerd, hoe het gevormde CaO eruitziet en hoe het materiaal zich later bij het blussen zal gedragen.

Met elektronenmicroscopie zagen de onderzoekers dat kenmerken van de oorspronkelijke kalksteen nog invloed hadden op de morfologie van het calciumoxide. De steen laat als het ware een materiaalkundige vingerafdruk achter in de kalk (Ontiveros-Ortega et al., 2017, pp. 812-813).

2. Kalk branden: heter is niet automatisch beter

In Morón de la Frontera wordt traditionele kalk geproduceerd in houtgestookte ovens van Arabisch type. Volgens de publicatie worden die ovens gevoed met plantaardige brandstoffen, waaronder olijf- en dennenhout. Een brand kan ongeveer 10 tot 20 dagen duren. Binnen de oven ontstaat bovendien een temperatuurverloop: dicht bij de warmtebron kan de temperatuur veel hoger liggen dan aan de buitenzijde van de steenmassa (Ontiveros-Ortega et al., 2017, p. 810).

De industriële route die de auteurs beschrijven werkt anders. Daar wordt kalksteen in verticale ovens gedurende kortere tijd verhit, waarna de ongebluste kalk verder wordt verwerkt. Het verschil zit daarom niet simpelweg in “traditioneel is koud” en “industrieel is heet”. Het gaat om de combinatie van steen, temperatuur, tijd, verhittingssnelheid, ovenopbouw en procesbeheersing.

Wat gebeurt er bij een te hoge brandtemperatuur?

Binnen de traditionele oven onderzochten de auteurs monsters die ongeveer 850, 900 en 1100 °C hadden meegemaakt. Daarbij veranderden de oppervlakte-eigenschappen van het gevormde CaO. Het monster dat aan 1100 °C was blootgesteld was minder hydrofiel en had daardoor minder affiniteit met water. De auteurs concluderen dat zo’n hoger gebrand oxide meer tijd kan vragen om volledig te hydrateren (Ontiveros-Ortega et al., 2017, pp. 815-816).

Daarom is “zo heet mogelijk” geen kwaliteitscriterium voor luchtkalk. De optimale brandcondities hangen samen met het type kalksteen. De studie noemt een te hoge maximale temperatuur in combinatie met een korte calcineertijd juist als een ongunstige factor voor de kwaliteit van kalk.

Van ambacht naar meetbare eigenschap

Een kalkbrander beoordeelt van oudsher steen, vuur, rook en tijd. De publicatie laat zien dat achter dat ambacht meetbare verschillen in oppervlakte-energie, hydratatiegedrag en deeltjesvorming schuilgaan.

Gordillo's kalkoven Cal de Morón
Gordillo’s kalkoven Cal de Morón, traditioneel branden van kalksteen in kalkoven in Morón de la Frontera


3. Wat gebeurt er tijdens het blussen van kalk?

Na het branden is de kalk nog ongeblust. Calciumoxide moet met water reageren om calciumhydroxide, Ca(OH)₂, te vormen. Dat is de kalk waarmee uiteindelijk mortel, pleister, badigeon of kalkverf kan worden gemaakt.

De reactie is:

CaO + H   Ca(OH)

Ook hier verhult de eenvoudige formule hoeveel er fysisch gebeurt. Tijdens en direct na het blussen ontstaan portlandietkristallen. Die zeer kleine deeltjes kunnen mooi verdeeld in water blijven of in grotere aggregaten samenkomen. Juist die verhouding tussen dispersie en aggregatie heeft invloed op de reologie: het vloei-, vervormings- en verwerkingsgedrag van de kalk.

De auteurs noemen onder meer de deeltjesgrootte en -verdeling, de vorm en het oppervlak van de deeltjes, de concentratie en het zetapotentiaal als factoren die het gedrag van kalkdeeg bepalen. Ook de manier van blussen heeft volgens de aangehaalde literatuur een duidelijke invloed: voldoende water tijdens hydratatie bevordert de dispersie en vermindert de neiging tot agglomereren (Ontiveros-Ortega et al., 2017, p. 810).

Water toevoegen is niet hetzelfde als ongebluste kalk blussen

Dit onderscheid is belangrijk bij de vergelijking tussen kalkdeeg en droge hydraatkalk. Bij het blussen van CaO vindt een chemische hydratatiereactie plaats. Wanneer later water wordt toegevoegd aan een kalk die al als droog Ca(OH)₂ is geproduceerd, vindt die oorspronkelijke CaO-naar-Ca(OH)₂-reactie niet opnieuw plaats. Er wordt dan een pasta of suspensie gemaakt van reeds gevormd calciumhydroxide.

Daarmee zeggen we niet dat droge hydraatkalk “slecht” is. Integendeel: droge kalk is praktisch, goed doseerbaar en voor veel toepassingen precies het juiste bindmiddel. Wel is het te eenvoudig om een vers aangemaakte pasta van droog kalkhydraat automatisch gelijk te stellen aan traditioneel nat geproduceerd en gerijpt kalkdeeg.

4. Waarom voelt de ene kalk “vetter” dan de andere?

Vakmensen gebruiken al eeuwen woorden als vet, smeuïg, kort en plastisch om kalk te beschrijven. Dat klinkt subjectief, maar achter een deel van dat gevoel zitten meetbare materiaaleigenschappen.

De grootte van portlandietdeeltjes

Na het laboratoriumblussen van verschillende soorten ongebluste kalk maten de onderzoekers de deeltjesverdeling. Daarbij kwamen duidelijke verschillen naar voren. Traditioneel geproduceerde kalk die onder gunstige brandcondities was gevormd bevatte relatief veel kleine portlandietdeeltjes in de gebieden van ongeveer 0,5-2 µm en 2-20 µm. In sommige andere monsters kwamen daarnaast meer grotere aggregaten voor (Ontiveros-Ortega et al., 2017, pp. 813-815).

Een fijne deeltjesverdeling betekent een groot gezamenlijk oppervlak in contact met water. Dat is relevant, omdat het gedrag van dat deeltjesoppervlak mede bepaalt hoeveel water wordt vastgehouden en hoe de kalk onder belasting vervormt.

Hydrofiliteit en waterretentie

De onderzoekers bepaalden ook de vrije oppervlakte-energie. Daarmee brachten ze onder andere in kaart hoe sterk de verschillende kalken met water interageren. In hun conclusies stellen zij dat gebluste kalk uit de traditionele productieroute een grotere hydrofiliteit en daarmee een grotere waterretentiecapaciteit liet zien (Ontiveros-Ortega et al., 2017, pp. 816-817).

Voor de praktijk is dat goed voorstelbaar. Een kalk die water goed in het fijne deeltjesstelsel vasthoudt, kan onder de juiste omstandigheden langer plastisch blijven. Op een zuigende ondergrond kan zo’n eigenschap sterk meewegen in het gevoel onder de spaan.

5. Zetapotentiaal: de onzichtbare lading achter plasticiteit

Een van de interessantste metingen uit de studie is het zetapotentiaal. Kalkdeeltjes in water dragen een elektrische oppervlaktelading. Die lading beïnvloedt hoe deeltjes elkaar aantrekken, afstoten en aggregeren. Daardoor speelt zij mee in de stabiliteit en reologie van de kalksuspensie.

Bij de onderzochte ongebluste kalk waren de verschillen groot. De traditioneel geproduceerde CaO-monsters hadden waarden van ongeveer 32,1 tot 34,7 mV. Het industrieel geproduceerde CaO-monster lag op ongeveer 4,63 mV (Ontiveros-Ortega et al., 2017, tabel 11).

Vervolgens werden zowel de traditionele als de industriële ongebluste kalk in het laboratorium onder dezelfde omstandigheden geblust. Ook daarna bleef een duidelijk verschil zichtbaar: de traditioneel geproduceerde kalk lag rond 25 mV, terwijl de industriële variant rond 3,35 mV lag. De auteurs verbinden de grotere lading in de traditionele route aan een groter aandeel kleine deeltjes en aan betere plasticiteit (Ontiveros-Ortega et al., 2017, pp. 816-817).

Onderzocht monsterProductiewijzeBrandtemperatuurZetapotentiaal CaOZetapotentiaal na blussen*
Francisco Gordillo – TL(1)Traditionele kalkoven1100 °C32,1 mV24,6 mV
Francisco Gordillo – TL(2)Traditionele kalkoven900 °C34,7 mV25,35 mV
Francisco Gordillo – TL(3)Traditionele kalkoven850 °C34,7 mV24,7 mV
Industriële kalk – CalcinorIndustriële productie1000 °C4,63 mV3,36 mV
Analytische kalk – PanreacMateriaal van analytische zuiverheidniet vermeld19,16 mV11,93 mV

Belangrijke nuance

De verschillen in oppervlaktelading zijn fors: de traditionele Gordillo-monsters lagen voor ongebluste kalk rond 32–35 mV, tegenover 4,63 mV voor het industriële monster. Ook na het blussen bleef dat verschil duidelijk aanwezig. De auteurs verbinden de hogere lading en het daarmee samenhangende deeltjesgedrag aan een grotere plasticiteit van traditionele kalk.

Belangrijk: dit is geen algemene merkenranglijst en de studie test niet ieder product van Gordillo’s. De tabel toont uitsluitend de monsters die in deze specifieke wetenschappelijke vergelijking zijn onderzocht.

Deze 25 versus 3,35 mV is géén directe vergelijking tussen commercieel kalkdeeg en een met water aangemaakte zak droge hydraatkalk. Beide monsters werden voor deze meting in het laboratorium uit ongebluste kalk geblust. Het resultaat bewijst dus vooral dat de manier waarop de kalksteen tot CaO is gebrand, zelfs na een gelijke laboratoriumblussing, invloed houdt op het gedrag van het gevormde Ca(OH)₂.

“Vet” is meer dan één getal

Daarom moeten we het woord vet ook niet reduceren tot alleen zetapotentiaal. Het praktische gevoel ontstaat uit een combinatie van deeltjesgrootte, aggregatie, oppervlak, watergehalte, waterretentie, concentratie en interacties tussen de deeltjes. De auteurs vatten traditionele kalk uiteindelijk samen als een hydrofiel colloïdaal systeem met sterke affiniteit voor het omringende water en een relatief hoge viscositeit.

Gordillo's vet kalkdeeg, putkalk Cal de Morón
Gordillo’s kalkdeeg, putkalk Cal de Morón

6. Kalkdeeg versus droge kalk: wat kunnen we wél uit deze studie concluderen?

Dit is het punt waar een zorgvuldige lezing belangrijker is dan een mooie marketingzin. De publicatie ondersteunt de gedachte dat kalk met dezelfde hoofdchemie fysisch anders kan zijn door zijn productiegeschiedenis. Ze laat bovendien zien dat de bluswijze en het verblijf in water relevant zijn voor de colloïdale eigenschappen van kalk.

Maar de onderzoekers hebben niet simpelweg twee winkelproducten naast elkaar gezet: één zak droge CL90 en één vat traditioneel kalkdeeg. De hoofdvergelijking gaat over traditioneel en industrieel geproduceerde ongebluste kalk, die daarna voor een deel onder gecontroleerde laboratoriumomstandigheden werd geblust.

Daarnaast onderzochten de auteurs afzonderlijk commercieel traditioneel kalkdeeg dat volgens een nat proces met grote hoeveelheden ongebluste kalk, water en mechanische beweging was vervaardigd. Juist die combinatie maakt de studie zo interessant: we zien zowel dat de productie van CaO ertoe doet als dat traditioneel nat geproduceerd kalkdeeg zijn eigen ontwikkeling in de tijd heeft.

Een zak droge kalk is dus niet simpelweg “kalkdeeg zonder water”

De meest verdedigbare conclusie is daarom deze: calciumhydroxide is de chemische basis, maar de fysische toestand en productiegeschiedenis bepalen mede hoe het materiaal zich gedraagt. Een droge hydraatkalk die met water wordt aangemaakt en een traditioneel nat geblust kalkdeeg hoeven daarom niet dezelfde microstructuur, aggregatietoestand en reologie te bezitten.

Dat is ook waarom classificaties nuttig maar niet volledig beschrijvend zijn. Een aanduiding zoals CL90 helpt ons een kalk binnen een normatieve categorie te plaatsen. Ze vertelt echter niet automatisch uit welke steen de kalk is gemaakt, hoe de steen is gebrand, hoe de ongebluste kalk is geblust, hoe de deeltjes zijn geaggregeerd of hoe lang een kalkpasta heeft gerijpt.

De kern in één zin

Je koopt niet alleen Ca(OH)₂. Je koopt ook de geschiedenis van de kalk: de steen, het vuur, het water, de tijd en het vakmanschap waarmee het materiaal is gevormd.

7. Wordt kalkdeeg werkelijk beter door rijping?

Oude bouw- en schildertradities schrijven vaak voor dat kalkdeeg moet rusten of rijpen. Soms maanden, soms jaren. De vraag is logisch: verandert de kalk werkelijk, of bewaren we vooral een traditie?

De studie laat zien dat het antwoord genuanceerd is. Laboratoriumgebluste monsters die zes maanden afgesloten in water werden bewaard, verloren in verschillende gevallen een deel van hun gemeten oppervlaktelading. Dat betekent dat “langer in water” op zichzelf geen eenvoudige garantie voor steeds hogere waarden geeft.

Daarna onderzochten de auteurs echter traditioneel geproduceerd commercieel kalkdeeg met twee verschillende leeftijden. Dat materiaal was volgens de studie met grote hoeveelheden ongebluste kalk en mechanische beweging gedurende een langdurig nat blusproces gemaakt. Het zes maanden oude kalkdeeg had een zetapotentiaal van ongeveer 20,35 mV; het tien jaar oude materiaal ongeveer 26,1 mV (Ontiveros-Ortega et al., 2017, tabel 13).

De auteurs concluderen daaruit dat de goede plastische eigenschappen van traditioneel kalkdeeg tijdens langdurige rijping behouden kunnen blijven of verbeteren. Daarbij is opnieuw de productiewijze essentieel: het gaat niet simpelweg om een willekeurige pasta die lang in een emmer staat.

Traditioneel kalkdeegZetapotentiaal
6 maanden gerijpt20,35 mV
10 jaar gerijpt26,1 mV

Rijping is dus geen stopwatch

Voor de praktijk betekent dit dat leeftijd alléén geen kwaliteitsstempel is. Een goede kalkpasta begint bij geschikt materiaal en een goed proces. Pas daarna kan tijd een rol spelen in de ontwikkeling en het behoud van de colloïdale structuur. “Tien jaar oud” zegt zonder kennis van de productie minder dan vaak wordt gedacht.

8. CL90 is een classificatie, geen recept

In de handel worden verschillende luchtkalken aangeduid met classificaties zoals CL90. Die classificatie is belangrijk, maar ze is geen recept voor een identieke verwerking. Twee producten binnen dezelfde brede chemische familie kunnen verschillen in witheid, fijnheid, deeltjesstructuur, waterbehoefte, plasticiteit en toepassingsgedrag.

Daarom kijken wij bij Kalkshop liever naar meer dan alleen de letters op de zak. Voor een keuze zijn ook de herkomst, productiewijze, vorm – droog poeder of kalkdeeg – rijping en de beoogde toepassing van belang.

Droge CL90 heeft daarbij een volwaardige plek. Voor reproduceerbare recepturen, opslag, transport en veel morteltoepassingen is poederkalk juist erg praktisch. Traditioneel kalkdeeg heeft weer andere sterke kanten, vooral waar een hoge plasticiteit, fijne verwerking en klassiek kalkgedrag gewenst zijn.

9. Morón de la Frontera: kalk maken als levend ambacht

De keuze voor Morón de la Frontera als onderzoeksgebied is bijzonder. Hier bleef een traditionele kalkcultuur bestaan terwijl in veel andere regio’s industriële productie de oude ovens verdrong.

De publicatie beschrijft hoe de traditionele ovens zorgvuldig met verschillende steenmaten worden opgebouwd. De positie van de steen ten opzichte van de warmtebron, het vasthouden van warmte en de langdurige brand zijn onderdeel van het proces. De kalkbrander beoordeelt bovendien het verloop aan signalen zoals rook- en steenkleur (Ontiveros-Ortega et al., 2017, p. 810).

UNESCO nam in 2011 het programma “Revitalization of the traditional craftsmanship of lime-making in Morón de la Frontera, Seville, Andalusia” op in het Register of Good Safeguarding Practices. De officiële UNESCO-beschrijving noemt daarbij expliciet de rol van de familie Gordillo in het voortzetten van de ambachtelijke kalkproductie toen veel andere ovens buiten gebruik raakten.

Gordillo’s Cal de Moron in de wetenschappelijke vergelijking

MonsterProductiewijzeBrandtemperatuurCa(OH)₂ na blussen
TL(1) – Francisco GordilloTraditionele methode1100 °CSPLTL(1)
TL(2) – Francisco GordilloTraditionele methode900 °CSPLTL(2)
TL(3) – Francisco GordilloTraditionele methode850 °CSPLTL(3)
IL – CalcinorIndustriële methode1000 °CSPLIL
PL – Panreac AppliChemAnalytische zuiverheidniet vermeldSPLPL

Voor de Kalkshop wordt deze studie extra interessant. In tabel 1 noemen de onderzoekers een van de onderzochte traditionele ongebluste kalken letterlijk “Traditional method. Francisco Gordillo’s lime”. Deze traditioneel geproduceerde CaO wordt vergeleken met industrieel geproduceerde CaO en met materiaal van analytische zuiverheid (Ontiveros-Ortega et al., 2017, p. 810, tabel 1).

Dat betekent nadrukkelijk niet dat de onderzoekers ieder product van Gordillo hebben getest of een algemene kwaliteitsranglijst van kalkproducenten hebben opgesteld.

Wat het onderzoek wél laat zien, is dat het traditioneel geproduceerde Gordillo-monster in deze vergelijking andere oppervlakte- en elektrokinetische eigenschappen vertoonde dan de industrieel geproduceerde kalk. De onderzoekers leggen vervolgens een rechtstreeks verband tussen deze eigenschappen, het gedrag van de kalkdeeltjes in water en de plasticiteit van de kalk.

Daarmee krijgt het verschil tussen traditionele en industriële kalk een meetbare fysisch-chemische basis: het productieproces beïnvloedt niet alleen hoe kalk wordt gemaakt, maar ook hoe het materiaal zich uiteindelijk gedraagt.

10. Een kalk die we met trots voor onze klanten mogen importeren

Bij Kalkshop vinden we het belangrijk dat traditionele materialen niet alleen als romantisch verhaal worden verkocht. Een oude productiewijze is pas echt interessant wanneer we ook begrijpen wat die werkwijze met het materiaal doet.

Juist daarom spreekt deze publicatie ons zo aan. Ze brengt eeuwenoud vakmanschap en moderne materiaalkunde bij elkaar. De ovenopbouw, het branden, het blussen en het bewaren van kalk blijken geen folkloristische details, maar factoren die meetbaar doorwerken in de eigenschappen van het materiaal.

Daarom zijn wij er trots op dat wij kalk uit de traditie van Francisco Gordillo en Morón de la Frontera voor onze klanten mogen importeren. Niet omdat traditioneel automatisch “beter” betekent voor iedere klus, maar omdat deze kalk een eigen productiegeschiedenis, materiaalkarakter en toepassingsgebied heeft – en omdat we dat verschil zo goed mogelijk willen kunnen uitleggen.

Van Morón naar de kuip

Van kalksteen in Andalusië, via steenstapeling, vuur en blussen, naar de kuip van een stukadoor, schilder, restaurator of liefhebber in Nederland. Dat is precies wat wij met bijzondere kalkmaterialen willen doen: ze toegankelijk maken én laten zien waarom het ene kalkproduct het andere niet is.

Gordillo kalk uit Morón de la Frontera traditioneel geproduceerd
Gordillo’s Cal de Moron kalkhouwers

Welke kalk kies je waarvoor?

Er bestaat niet één “beste kalk”. De juiste keuze hangt af van de ondergrond, historische context, gewenste verwerking en eindafwerking. Als praktische eerste indeling kun je denken aan:

  • Droge luchtkalk / CL90-poeder: praktisch voor eigen mortelrecepturen, pleisters, badigeons en toepassingen waarbij droge opslag en nauwkeurig doseren belangrijk zijn.
  • Traditioneel kalkdeeg: interessant voor fijne pleisters, stucco, kalkverf, historische technieken en situaties waarin plasticiteit en een ontwikkeld pasta-karakter gewenst zijn.
  • Hydraulische kalk (NHL): bedoeld voor toepassingen waarbij naast carbonatatie ook hydraulische verharding en andere prestatie-eisen gewenst zijn.
  • Kant-en-klare kalkproducten: handig wanneer receptuur, toeslagstoffen, korrelopbouw en verwerking door de fabrikant al op een specifieke toepassing zijn afgestemd.

Bij restauratiewerk blijft de bestaande historische mortel of pleister altijd het vertrekpunt. Een mooie theorie over kalk vervangt geen materiaalonderzoek wanneer de constructie, vochtbelasting of monumentale waarde daarom vraagt.

Conclusie: de formule is hetzelfde, het materiaal hoeft dat niet te zijn

De belangrijkste les uit het onderzoek is eenvoudig: kalk kan niet volledig worden begrepen vanuit alleen een chemische formule of classificatie. De kalksteen, het brandproces, de bluswijze, de microstructuur en de tijd in water beïnvloeden hoe calciumoxide en calciumhydroxide zich uiteindelijk gedragen.

Daarmee krijgt ook het oude vakmansbegrip “vette kalk” een moderne materiaalkundige achtergrond. Wat de hand onder de spaan voelt, kan samenhangen met deeltjesverdeling, hydrofiliteit, waterretentie en elektrische oppervlaktelading.

Voor ons is dat precies waarom kalk zo’n bijzonder materiaal blijft: steen, vuur, water, tijd en vakmanschap zijn uiteindelijk allemaal terug te vinden in iets ogenschijnlijk eenvoudigs als een witte kalkpasta.

Bronnen en verantwoording

Hoofdbron

Ontiveros-Ortega, E., Ontiveros-Ortega, A., Moleon, J.A. & Ruiz-Agudo, E. (2017). “Electrokinetic and thermodynamic characterization of lime-water interface: Physical and rheological properties of lime mortar.” Construction and Building Materials, 151, 809-818. DOI: 10.1016/j.conbuildmat.2017.06.147.

Aanvullende verificatie

UNESCO Intangible Cultural Heritage (2011). “Revitalization of the traditional craftsmanship of lime-making in Morón de la Frontera, Seville, Andalusia”, Register of Good Safeguarding Practices, decision 6.COM 9.11.

Wetenschappelijke nuance

De studie is geen directe producttest van commerciële droge CL90 tegenover een vat kalkdeeg. De circa 25 versus 3,35 mV betreft traditioneel en industrieel geproduceerde CaO die onder dezelfde laboratoriumomstandigheden werd geblust; de aparte rijpingsproef betreft traditioneel kalkdeeg van 6 maanden en 10 jaar.

Deel jouw passie voor kalk!

Kalkproducten komen pas echt tot leven zodra ze zijn aangebracht. Benieuwd naar het eindresultaat? Onder de hashtag #welovekalk verzamelen we de mooiste projecten van onze klanten, vakmensen én onszelf. Laat je inspireren door de veelzijdigheid van onze pure materialen.

Relevante producten

Prijsklasse: €10.29 tot €1,693.32 incl. btw

Prijsklasse: €9.26 tot €612.85 incl. btw

Prijsklasse: €10.29 tot €1,287.50 incl. btw

Ook interessant

Selecteer een Afleverpunt